Actie 6: waterverspilling tegengaan bij tijdelijke grondwaterbemaling op bouwwerven

Thema 1: Watertekort

Op een bouwwerf is een bemaling vaak nodig om het grondwaterpeil tijdelijk te verlagen. Zo kunnen de bouwvakkers in goede omstandigheden werken. De wet schrijft voor dat het opgepompte debiet beperkt moet worden door de duur van de bemaling zo kort mogelijk te houden of door een peilgestuurde bemaling te gebruiken. Het water wordt best opnieuw geïnfiltreerd in de onmiddellijke omgeving (retourbemaling), bijvoorbeeld via infiltratieputten, bekken of -grachten. Als dat niet kan, mag het water ook hergebruikt worden. Is ook hergebruik niet mogelijk, dan mag de aannemer het opgepompte grondwater lozen in een gracht of waterloop. Water lozen in het rioolstelsel is de allerlaatste optie. Bij een gescheiden stelsel moet zo’n lozing altijd in de regenwaterafvoer gebeuren. Te veel grondwater in een waterzuiveringsstelsel verdunt het afvalwater en kan daardoor leiden tot een overstort onderweg of een minder goede werking van de zuiveringsinstallatie. In een vergunningsaanvraag of bemalingsmelding moet een aanvrager altijd motiveren waarom bepaalde prioritaire oplossingen niet haalbaar zijn.

Maatregelen nodig

Alle wetgeving ten spijt: in de praktijk belandt zowat 90 procent van het grondwater dat op bouwplaatsen wordt opgepompt, nog altijd in de riolering. Dat werkt de verdroging van de omgeving in de hand en kan lokaal het rioleringsstelsel overbelasten. De hoeveelheid geloosd water is afhankelijk van de grond en de grootte van het perceel, maar kan voor een eengezinswoning al snel oplopen tot 10 kubieke meter per uur (Vlario, 2021). Zulke cijfers doen steeds vaker de wenkbrauwen fronsen, zeker in het kader van de klimaatverandering en de droogteperiodes van de afgelopen jaren. Gemeenten kunnen die problematiek helpen aanpakken door vergunningsaanvragen goed te controleren, door in te zetten op toezicht en handhaving en door goed te communiceren naar bouwheren en aannemers.

Die actie focust op een effectieve controle en opvolging van de bijzondere milieuvoorwaarden op het terrein. Door (her)inrichtingsprojecten vooraf goed te bespreken met ontwerpers en bouwheren kunnen wateraspecten zoals bronbemaling zoveel mogelijk proactief worden afgestemd.

Engagement

De VMM engageert zich om de sectorale voorwaarden en milieuvoorwaarden voor bronbemalingen verder uit te werken en in VLAREM te verankeren. Dat houdt onder meer in dat we concrete handvatten aanreiken voor de verschillende stappen in de bemalingscascade. De VMM zal bovendien tools en richtlijnen uitwerken om de impact van een bemaling te kunnen begroten en beoordelen.

Alle lokale besturen in dit riviercontract engageren zich om maximaal in te zetten op voorbesprekingen van (her)inrichtingsprojecten met ontwerpers en bouwheren, zodat watertoets- en bemalingsaspecten vooraf afgestemd kunnen worden.

De lokale besturen zetten zich daarnaast maximaal in om de bijzondere milieuvoorwaarden die ze opleggen in hun vergunningsbeslissingen, ook effectief op het terrein te gaan controleren. Dat geldt specifiek voor de voorwaarden rond bronbemalingen.