Actie 2: onderzoek naar concrete droogtemaatregelen op en rond waterlopen en grachten

Thema 1: Watertekort

Deze actie omvat een (voor)onderzoek en een kaarten- oefening. Het doel: in kaart brengen welke kansen er zijn om de droogteproblematiek aan te pakken via maatregelen op en rond waterlopen en grachten in het hele stroomgebied van de Dommel. Afhankelijk van de locatie en de topografische ligging van een waterloop kunnen andere maatregelen relevant zijn.

De studie wordt georganiseerd in samenwerking met de verschillende waterloopbeheerders. Ook relevante terreinbeheerders en stakeholders worden erbij betrokken: zij kunnen uiteenlopende noden, randvoorwaarden en knelpunten in acht nemen en de haalbaarheid van de maatregelen evalueren. Samen willen we een overzicht opstellen van concrete ingrepen waarvoor voldoende draagvlak bestaat. Die ingrepen kunnen nadien verder uitgewerkt worden.

We zullen onder meer de volgende maatregelen onderzoeken:

  • Actief peilbeheer
    • Een actief peilbeheer waakt over de verschillende belangen van waterafvoer en wil zowel wateroverlast als droogte voorkomen. Het zet actief in op de beschikbare hoeveelheden zoetwater voor verschillende gebruikers: scheepvaart, landbouw, natuur, recreatie ... Een actief peilbeheer speelt voortdurend in op de huidige en te verwachten (grond)waterpeilen. Het wordt gerealiseerd met regelbare of geautomatiseerde stuwtjes, bestaande duikers, overwelvingen ...
  • Nieuwe kanaaltappingen of optimalisatie van bestaande tappingen
    • In het afstroomgebied van de Dommel zijn aan het kanaal Bocholt-Herentals verschillende regelbare kanaaltappingen of watervangen aanwezig. Die leiden kanaalwater noordwaarts af naar lager gelegen gebieden. Het doel is om viskweekvijvers, vloeiweiden en natuurgebieden zoals Het Hageven en De Plateaux van water te voorzien. Via overleg willen we structureel nagaan:
      • hoe het beheer van de kanaaltappingen vandaag gebeurt en wie wat onderneemt, niet alleen ter hoogte van de tappingen maar ook in de waterlopen die erdoor gevoed worden en in de afhankelijke gebieden;
      • of er knelpunten zijn en welke problemen zich voordoen in de bevloeide gebieden;
      • of en hoe het beheer van de tappingen en waterlopen beter kan in functie van de afhankelijke gebieden, oftewel: welke kansen er zijn om droogteproblemen tegen te gaan;
      • of er nood is aan nieuwe kanaaltappingen en of er opportuniteiten zijn om ergens zo’n kanaaltapping in te richten.
  • Bodempeilen aanpassen
    • Een bodempeilverhoging is het actief of passief verhogen van grachten of waterlopen om waterniveaus (en drainagepeilen van watergangen) te verhogen. Ook het volledig dempen van een gracht of waterloop valt hieronder. Een bodempeilverhoging kan op verschillende manieren gerealiseerd worden. We kunnen bijvoorbeeld kleine, vis-passeerbare drempels aanbrengen met steenbestorting, waardoor er stroomopwaarts sedimentatie optreedt. Of we kunnen de bedding van een gracht of waterloop over de hele bedding met zand of stenen verhogen. Er kan ook een oeververflauwing worden gerealiseerd, waarbij het ontstane grondoverschot in de waterloop wordt gestort. Door middel van zandsuppletie kan een meer passieve en natuurlijke vorm van bodempeilverhoging gerealiseerd worden (een ‘zandmotor’).
  • De beekstructuur verbeteren
    • Bij een beekstructuurverbetering wordt de vorm van een gracht of waterloop geoptimaliseerd om de werking en ecologische kwaliteit ervan te verbeteren. Die techniek kan ook winsten opleveren op het vlak van droogtebestrijding, omdat ze buffering, infiltratie en afvoervertraging in de hand werkt. Voorbeelden van beekstructuurmaatregelen zijn: een waterloop herdimensioneren, dood hout inbrengen, stroomdeflectoren inrichten, een (her)meandering realiseren, talud(her)profilering toepassen, zandsuppletie ...
  • Bufferen en infiltreren in naastliggende gebieden
    • Oppervlaktewater bufferen of in naastliggende gebieden laten infiltreren is mogelijk door water uit waterlopen of grachten in een naastliggend gebied te laten overlopen. Het water wordt ter plaatse opgehouden en kan rustig infiltreren en voor vernatting zorgen. De meest verregaande vorm van die actie betreft het herstel of de realisatie van een doorstroommoeras of van een moerassige laagte langs een beek. De maatregel kan gerealiseerd worden door het water in een waterloop kunstmatig of natuurlijk op te stuwen, door de waterloop te herdimensioneren, door oevers te verflauwen, te verlagen of natuurlijker aan te leggen ...
  • Bufferen voor hergebruik
    • Oppervlaktewater bufferen voor hergebruik is mogelijk door water vanuit een waterloop te laten overlopen naar een spaarbekken of trekpoel. Daarbij kunnen we ook de lokale mogelijkheden bekijken om effluent van een rioolwaterzuiverings- installatie (RWZI) te hergebruiken. Ook bestaande bergingsbekkens kunnen (deels) ingekleed worden om water te sparen voor hergebruik. Bij het realiseren van die actie moeten we rekening houden met belangrijke randvoorwaarden en knelpunten, zoals het verlies van waterdebiet in de oorspronkelijke waterloop, invloed op de waterkwaliteit, juridische kwesties, captatieverboden ... De maatregel is nog prematuur en kan pas gericht worden afgetoetst na bijkomend onderzoek en overleg.

Alle voorgestelde maatregelen zijn slechts mogelijk als er rekening wordt gehouden met de relevante randvoorwaarden. Het gaat onder meer over het garanderen van de lokale waterkwaliteit, het vermijden van wateroverlast, het garanderen van vismigratie op prioritaire waterlopen, het vermijden van invasieve- exotenverspreiding en een goede afstemming met het nieuwe maaibeheerplan (zie actie 1).

Engagement

De verschillende waterbeheerders van onbevaarbare waterlopen en grachten in het afstroomgebied van de Dommel engageren zich om dit onderzoek naar maatregelen concreet te maken. De waterbeheerders zijn in dit geval de steden Peer en Lommel, de gemeenten Hechtel- Eksel en Pelt, watering De Dommelvallei, de provincie Limburg en VMM. De provincie Limburg zal de actie trekken.